Feiten en Cijfers - Vervroegde uittrede
Vervroegde uittredestatuten voor 50+
Belangrijkste bevindingen
- Anno 2007 maken 142.239 50plussers gebruik van een
voltijds uittredestelsel. Dit is 12% van alle 50-64 jarigen. Mannen maken
méér gebruik van (voltijdse) vervroegde uittredestelsels dan vrouwen,
resp. 15,9% tegenover 8,2 % (figuur 1).
- Het aantal dat gebruik maakt van een voltijds
uittredestelsel is gedaald sinds 2000 van 160.432 naar 142.239; dit is
een daling van 15,4% naar 12% van alle 50plussers. Deze daling vindt
vooral plaats bij mannen (van 21,6% naar 15,9%). Bij vrouwen daalt het
aandeel veel trager (van 9,2% naar 8,2%; hun aantal steeg nog tot 2004)
(figuur 1).
- Het belangrijkste voltijds uittredestelsel in Vlaanderen is het brugpensioen (figuur 2, tabel 2). Ondanks het generatiepact, dat sinds eind 2005 het gebruik van brugpensioenen probeert af te remmen, is het gebruik van brugpensioenen in absolute termen in Vlaanderen tussen 2006 en 2007 gestegen met 4,2%. Over de periode 2000-2007 bedraagt de stijging 3%. In relatieve termen is het aandeel van 50plussers dat gebruik maakt van brugpensioenen over de periode 2000-2007 licht gedaald van 7,3% naar 6,6%, omdat door de vergrijzing het aandeel van 50plussers in de bevolking sneller is gestegen.
De stijging van het absoluut aantal bruggepensioneerden is vooral toe te
schrijven aan de vrouwen. Dit is tussen 2000 en 2007 elk jaar toegenomen,
bij mannen daalde het aantal tot 2005, daarna is het ook opnieuw gestegen.
De verklaring voor de stijging bij vrouwen is dubbel. De huidige generatie
50plussers bevat enerzijds méér vrouwelijke werknemers, die in navolging
van hun mannelijke collega’s, ook gerechtigd worden op brugpensioen.
Anderzijds blijven vrouwelijke bruggepensioneerden langer in het stelsel zitten omdat de wettelijke pensioenleeftijd stapsgewijze wordt opgetrokken tot 65 jaar in 2009. Dit laatste blijkt ook uit het feit dat de stijging van het aantal bruggepensioneerden volledig is geconcentreerd bij de oudere leeftijdsgroepen (+60 jaar, stijging met +12% tussen 2006 en februari 2008), bij de jongere categorieën is het aantal gedaald (-8% tussen 2006 en februari 2008) (tabel 5). Dat er vooralsnog weinig effect is te merken van het generatiepact op de omvang van de brugpensioenen wordt verklaard doordat: (1) het generatiepact zich richtte op de groep jonger dan 60 jaar; bij deze groep is het aantal bruggepensioneerden wel gedaald; (2) de eerste substantiële effecten pas vanaf januari 2008 zijn ingegaan, waarbij (a) de loopbaaneisen voor het brugpensioen vanaf 58 jaar strenger werden en (b) de nieuwe bruggepensioneerden vanaf dan beschikbaar moeten blijven voor de arbeidsmarkt (voor bruggepensioneerden in herstructurering ging deze voorwaarde eerder in).
Het aantal nieuwe bruggepensioneerden blijft echter nog beperkt (576 personen in april 2008), maar vertoont een stijgende trend (tabel 6).
- Het gebruik van (het minder genereuze) stelsel van
vrijstellingen voor oudere werklozen is gedaald, zowel in absolute als
relatieve zin (van 8% naar 5% van alle 50plussers). De daling was het sterkst
bij mannen (figuur 2, tabel 2). Deze daling is het resultaat van een verstrenging
in de beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt. Vanaf 2002 werd de leeftijd
vanaf dewelke een vrijgestelde niet langer beschikbaar moet zijn voor werk
geleidelijk opgetrokken van 50 jaar naar 58 jaar in 2004. Werkloze tussen
50 en 58 jaar, die minstens 1 jaar werkloos zijn en minstens 38 jaar beroepsverleden
kennen, moeten niet beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt (maxi-vrijstelling);
vanaf 58 jaar genieten alle werkzoekenden een maxi-vijstelling.
- Het gebruik van voltijds tijdskrediet als uittredekanaal
is zeer gering: minder dan 0,5% van alle 50plussers maakt er gebruik van.
Maar het gebruik van deeltijdse loopbaanonderbreking als instrument voor
arbeidsduurvermindering (‘uitgroeibanen’) is sterk gestegen van 19.374
naar 70.381 gerechtigden, dit is een stijging van nauwelijks 2% naar 6%
van alle 50plussers (figuur 1, tabel 1) . Terwijl deeltijdse loopbaanonderbreking
in 2000 nog een sterk vrouwelijk profiel had (dubbel zoveel vrouwen dan
mannen), is het aandeel van oudere mannen méér dan vervijfvoudigd. Werknemers
50+ hebben in het stelsel van tijdkrediet gunstiger voorwaarden (bij een
minimum arbeidsverleden van 20 jaar) dan jongere collega’s: ze ontvangen
hogere uitkeringen en kunnen hun werktijd verkorten tot aan de pensioenleeftijd
(voor jongeren is recht beperkt in de tijd)
Figuur 1: 50+ in uittredestelsels in de werkloosheidsverzekering, volledige
en deeltijdse uittredestelsels, aantallen en in % van de populatie 50-64 jarigen
voor mannen en vrouwen, Vlaanderen 2000-2007
 |
 |
Figuur 2: 50+ in uittredestelsels in de werkloosheidsverzekering naar aard, aantallen
en als % van de populatie 50plussers (50-64 jarigen), Vlaanderen 2000-2007
 |
 |
Tabel 1: 50+ in uittredestatuten in de werkloosheidsverzekering, volledige
uittredestelsels en deeltijdse uittredestelsels, mannen en vrouwen, absolute
aantallen en in % van de populatie 50-64 jarigen, Vlaanderen 2000-2007
| |
Volledige uittrede |
Deeltijdse uittrede |
| |
man |
vrouw |
totaal |
%man |
%vrouw |
%totaal |
man |
vrouw |
totaal |
%man |
%vrouw |
%tot |
| 2000 |
112686 |
47746 |
160432 |
21,65% |
9,20% |
15,44% |
6263 |
12822 |
19085 |
1,20% |
2,47% |
1,84% |
| 2001 |
110481 |
51017 |
161498 |
20,95% |
9,73% |
15,35% |
8149 |
15574 |
23723 |
1,55% |
2,97% |
2,26% |
| 2002 |
108707 |
52503 |
161210 |
20,31% |
9,89% |
15,13% |
12829 |
18859 |
31688 |
2,40% |
3,55% |
2,97% |
| 2003 |
106621 |
52922 |
159543 |
19,66% |
9,90% |
14,96% |
19010 |
22584 |
41594 |
3,51% |
4,22% |
3,90% |
| 2004 |
103566 |
52278 |
155844 |
18,78% |
9,61% |
14,22% |
23177 |
25740 |
48917 |
4,20% |
4,73% |
4,46% |
| 2005 |
99768 |
49705 |
149473 |
17,69% |
8,93% |
13,34% |
27598 |
29074 |
56672 |
4,89% |
5,23% |
5,06% |
| 2006 |
96493 |
48913 |
145406 |
16,65% |
8,55% |
12,63% |
31023 |
32422 |
63445 |
5,35% |
5,67% |
5,51% |
| 2007 |
94182 |
48057 |
142239 |
15,86% |
8,21% |
12,06% |
34344 |
36037 |
70381 |
5,79% |
6,15% |
5,97% |
Bron: RVA (bewerking eL&W)
Tabel 2: 50+ in uittredestatuten in de werkloosheidsverzekering, aantallen en
als % van de populatie 50plussers (50-64 jarigen), Vlaanderen 2000-2007
| |
Oudere werklozen vrijgesteld |
Brugpensioenen |
Volledige loopbaanonderbreking |
Gedeeltelijke loopbaanonderbreking |
| |
aantal |
In % van de populatie |
aantal |
In % van de populatie |
aantal |
In % van de populatie |
aantal |
In % van de populatie |
| 2000 |
82.957 |
7,98 |
75.381 |
7,25 |
2.094 |
0,20 |
19.374 |
1,84 |
| 2001 |
86.432 |
8,22 |
72.599 |
6,90 |
2.468 |
0,23 |
23.723 |
2,26 |
| 2002 |
84.176 |
8.24 |
71.320 |
6,63 |
2.522 |
0,25 |
27.037 |
2,97 |
| 2003 |
78.498 |
7,90 |
72.260 |
6,78 |
3.107 |
0,29 |
41.594 |
3,90 |
| 2004 |
78.498 |
7,16 |
73.724 |
6,73 |
3.621 |
0,33 |
48.917 |
4,46 |
| 2005 |
71.679 |
6,40 |
73.564 |
6,57 |
4.230 |
0,38 |
56.672 |
5,06 |
| 2006 |
68.964 |
5,73 |
74.288 |
6,54 |
4.243 |
0,35 |
60.830 |
5,51 |
| 2007 |
61.210 |
5,19 |
77.400 |
6,56 |
3.655 |
0,31 |
70.381 |
5,97 |
Bron: RVA (bewerking eL&W)
Tabel 3: 50+ in uittredestatuten in de werkloosheidsverzekering, mannen en vrouwen,
absolute aantallen, Vlaanderen 2000-2007
| |
Oudere werklozen vrijgesteld |
Brugpensioenen |
Volledige loopbaanonderbreking |
Gedeeltelijke loopbaanonderbreking |
| |
mannen |
vrouwen |
mannen |
vrouwen |
mannen |
vrouwen |
mannen |
vrouwen |
| 2000 |
44556 |
38401 |
67491 |
7890 |
639 |
1455 |
6263 |
12822 |
| 2001 |
45084 |
41348 |
64564 |
8034 |
833 |
1635 |
8149 |
15574 |
| 2002 |
44875 |
42962 |
62843 |
7848 |
989 |
1693 |
12829 |
18859 |
| 2003 |
42287 |
41889 |
63007 |
9253 |
1327 |
1780 |
19010 |
22584 |
| 2004 |
38854 |
39644 |
62999 |
10726 |
1713 |
1908 |
23177 |
25740 |
| 2005 |
35346 |
36333 |
62181 |
11383 |
2241 |
1989 |
27598 |
29074 |
| 2006 |
31927 |
34070 |
62464 |
12869 |
2102 |
1974 |
31023 |
32422 |
| 2007 |
29373 |
31837 |
63024 |
14350 |
1785 |
1870 |
34344 |
36037 |
Tabel 4: 50+ in uittredestatuten in de werkloosheidsverzekering, mannen en vrouwen
in % van de populatie 50-64 jarigen, Vlaanderen 2000-2007
| |
Oudere werklozen vrijgesteld |
Brugpensioenen |
Volledige loopbaanonderbreking |
Gedeeltelijke loopbaanonderbreking |
| |
mannen |
vrouwen |
mannen |
vrouwen |
mannen |
vrouwen |
mannen |
vrouwen |
| 2000 |
8,56% |
7,40% |
12,97% |
1,52% |
0,12% |
0,28% |
1,20% |
2,47% |
| 2001 |
8,55% |
7,88% |
12,24% |
1,53% |
0,16% |
0,31% |
1,55% |
2,97% |
| 2002 |
8,38% |
8,09% |
11,74% |
1,48% |
0,18% |
0,32% |
2,40% |
3,55% |
| 2003 |
7,80% |
7,84% |
11,62% |
1,73% |
0,24% |
0,33% |
3,51% |
4,22% |
| 2004 |
7,05% |
7,28% |
11,42% |
1,97% |
0,31% |
0,35% |
4,20% |
4,73% |
| 2005 |
6,27% |
6,53% |
11,03% |
2,05% |
0,40% |
0,36% |
4,89% |
5,23% |
| 2006 |
5,51% |
5,96% |
10,78% |
2,25% |
0,36% |
0,35% |
5,35% |
5,67% |
| 2007 |
4,95% |
5,44% |
10,62% |
2,45% |
0,30% |
0,32% |
5,79% |
6,15% |
Bron: RVA (bewerking eL&W)
Tabel 5: Aantal bruggepensioneerden naar leeftijd, Vlaanderen 2006- (februari)
2008
| |
2006 |
2007 |
2008 |
Evolutie 2006-2008 |
| 50-54 |
8,56% |
7,40% |
12,97% |
1,52% |
| 55-59 |
8,55% |
7,88% |
12,24% |
1,53% |
| +60 |
8,38% |
8,09% |
11,74% |
1,48% |
| -60 |
7,80% |
7,84% |
11,62% |
1,73% |
Bron: RVA (bewerking eL&W)
Tabel 6: Werkloze 50plussers (voltijds) naar beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt, Vlaanderen 2000-2008
| |
2000 |
2005 |
2006 |
2007 |
01/08 |
02/08 |
03/08 |
04/08 |
| Werkloos, werkzoekend (NWWZ) * |
13.011 |
39.987 |
45.962 |
45.592 |
45.613 |
45.331 |
45.212 |
45.329 |
| Werkloos-niet werkzoekend |
82.957 |
71.679 |
68.964 |
61.210 |
58.197 |
57.871 |
57.410 |
56.668 |
| Bruggepensioneerd-
niet werkzoekend |
75.381 |
73.564 |
74.288 |
77.374 |
77.937 |
78.233 |
78.149 |
77.906 |
| Bruggepensioneerd-werkzoekend |
|
|
|
324 |
422 |
624 |
565 |
576 |
Bron: RVA (bewerking eL&W) * bron: VDAB-Arvastat
Vervroegde uittrede vindt in België vooral plaats via de werkloosheidsverzekering.
Naast uitkeringen voor ‘gewone werklozen ‘(uitkeringsgerechtigde volledig werkzoekenden
UVW’s) bestaan er in de schoot van de werkloosheidsverzekering verschillende
uitkeringsstelsels voor oudere werknemers, met name vrijstellingen van zoekgedrag,
brugpensioen en gunstige modaliteiten voor 50+ in het stelsel van tijdskrediet/loopbaanonderbreking.
Bovenstaande grafieken en tabellen geeft het bereik weer van deze stelsels in
Vlaanderen voor de periode 2000-2007.