Feiten & cijfers



Feiten en Cijfers - Werkzaamheid


De werkzaamheidsgraad van 55plussers en andere leeftijden in internationaal perspectief 1999-2006

Belangrijkste bevindingen

  • Nergens ligt de werkzaamheidsgraad van 55+ zo laag als in Vlaanderen, Wallonië en België. Vlaanderen, Wallonië en België bengelen aan de staart van het Europese peloton. België en de gewesten slagen er bovendien niet in hun achterstand goed te maken. Ten opzichte van 1999 is het verschil tussen Vlaanderen en het gemiddelde voor de EU opgelopen tot 8,2 ppt; in 1999 was dit nog 7,7 ppt.
  • De Scandinavische landen, Zweden en Denemarken, staan met hun hoge werkzaamheidsgraad voor 55+ aan de kop van het peloton met resp. 69,6% en 60,7%. Finland scoort lager (54,5%), maar kende wel een zeer sterke stijging sinds 1999. Ook de UK kent een hoge werkzaamheidsgraad van 55+ (57,4%). Van onze drie buurlanden scoren Duitsland en Nederland boven het EU15 gemiddelde. In 1999 zat Nederland nog onder het EU 15 gemiddelde.
  • In geen enkel ander land is de leeftijdsverdeling over leeftijdsgroepen zo scheef verdeeld als in België en zijn gewesten. Bij de middenste leeftijdsgroepen participeren zeer veel mensen aan betaalde arbeid, terwijl jongeren en ouderen zeer weinig werken.
Figuur: Werkzaamheidsgraad 55-64 jarigen, België en drie gewesten internationaal vergeleken, 2006
Figuur: Werkzaamheidsgraad 55-64 jarigen, België en drie gewesten internationaal vergeleken, 2006

Bron: Europese Commissie, Employment in Europe, Key Employment Indicators


Figuur: Werkzaamheidsgraad 55-64 jarigen, België en drie gewesten internationaal vergeleken, 1999
Figuur: Werkzaamheidsgraad 55-64 jarigen, België en drie gewesten internationaal vergeleken, 1999

Tabel: Werkzaamheidsgraad naar leeftijd, België en drie gewesten internationaal vergeleken, 1999-2006

 

2006

1999

 

55-64 25-54 15-24 15-64 55-64 25-54 15-24 15-64
Zweden 69,6 84,7 40,3 73,1 63,9 82,7 39,9 71,7
Denemarken 60,7 86,1 64,6 77,4 54,5 83,9 65,5 76,0
UK 57,4 81,1 53,2 71,5 49,6 79,9 56,6 71,0
Finland 54,5 82,4 42,1 69,3 39,0 80,4 40 66,4
Portugal 50,1 81,3 35,8 67,9 50,1 80,6 42,6 67,4
Ierland 50 78,4 53,1 68,6 43,7 73,4 49,1 63,3
Duitsland 48,4 78,8 43,3 67,2 37,8 78,7 47,2 65,2
Nederland 47,7 84,2 66,2 74,3 36,4 81,1 64,5 71,7
Spanje 44,1 75,8 39,5 64,8 35 66,2 30,5 53,8
Griekenland 42,3 75,3 24,2 61,0 39,3 69,9 27,2 55,9
Frankrijk 37,6 80,2 29,3 63,0 28,2 77,7 27,1 60,9
Brussel 36,9 65,9 20,7 53,4 30,3 67,9 19,1 53,4
Oostenrijk 35,5 83,5 54 70,2 29,7 81,9 54,1 68,6
Luxemburg 33,2 81 23,3 63,6 26,4 76,9 31,8 61,7
Italië 32,5 73,3 25,5 58,4 27,6 67,0 25,7 52,7
België 32 78,4 27,6 61,0 24,6 76,2 28,2 59,3
Wallonië 31,9 73,1 22,2 56,1 23,7 70,4 21,6 54,2
Vlaanderen 31,4 83,5 32,0 65,0 23,7 79,7 32,9 62,1
EU 15 45,3 78,7 40,1 66,0 37,1 75,7 39,6 62,5

Bron: Europese Commissie, Employment in Europe





Vlaamse overheidexpertisecentrum voor Leeftijd & WerkWerk.be