Leerrijke praktijken

Naast bestaande praktijken zijn er ook vele organisaties die projecten uitvoeren over leeftijdsbewust personeelsbeleid.

Bekijken leerrijke praktijk

U heeft volgende leerrijke praktijk gekozen:
Leren, vooral door te doen

1. Situatie

Regio : Kortrijk
Sector : Dienstensector
Paritairr comité(s) PC 329
Diversiteitsplan : Ja, ondertussen goedgekeurd door de bevoegde minister
Procencueel aantal 50+ aangenomen : 12%
Contact : Jean-Marie Viaene, vzwbik@pandora.be
Telefoonnummer : 016/24 26 26
Bron : Vuurtoren 45+

vzw BIK verleent diensten die de leefbaarheid van buurten en de lokale gemeenschappen stimuleren, de levenskwaliteit van de bewoners en de buurtbetrokkenheid verhogen. BIK stelt tussen 50-100 werknemer te werk.

2. Aanleiding en uitdaging

BIK stelt personen te werk die na een lange tijd in de werkloosheid terug aan de slag willen maar, omwille van geen diploma of te laag geschoold, niet op de reguliere markt aan de slag kunnen. Bik is opgericht in 2000 en is dus nog een jonge organisatie die volop aan het groeien is. Deze evolutie vergt inspanningen van de medewerkers en stelt steeds hogere eisen, maar de manier waarop de medewerker centraal geplaatst wordt, zorgt dat leren een deel van het werk wordt.

Vzw heeft momenteel 75 werknemers in vast dienstverband (contract onbepaalde duur) en 11 mensen met een tijdelijk contract. Behalve 4 personen in het omkaderingspersoneel behoren alle werknemers tot de kansengroepen (laaggeschoold, langdurig werkloos, allochtoon, oudere en heel jonge werkzoekende). Er wordt zo participatief mogelijk gewerkt. Werknemers bepalen in ruime mate zelf hun taakinhoud, hun engagement, hun werkrooster, enz. De organisatie houdt rekening met zogenaamde belemmeringen in de (gezins) situatie van de werknemer (mobiliteit, kinderlast, analfabetisme, enz.)

3. Wat heeft men concreet gedaan

Leren wordt gezien als een deel van het werk. Medewerkers worden gestimuleerd om na te denken over hun werk en hoe ze dingen anders of beter kunnen aanpakken. Dit gebeurt vooral door de medewerkers zelf op ontdekking te laten gaan en nieuwe praktijken, werkwijzen zelf te laten uitproberen in het dagelijkse werk. Daarnaast worden ook formele vormingsmomenten voorzien, zoals bijvoorbeeld bij de poetsvrouwen.

In 2006 is men gestart met vorming voor de poetsvrouwen: telkens een sessie van drie uur waarbij rekening gehouden wordt met het feit dat: - de inhoud aansluit bij de ervaring en belevingswereld van de poetsvrouwen- de inhoud niet enkel direct met het werk te maken heeft, maar ook elementen aan bod komen waar men als mens mee geconfronteerd wordt- eerste deel van vormingssessie stukje theorie is, dan pauze en dan in tweede deel voorbeelden aan bod komen die men in groep bediscussieert: veel aandacht gaat naar het creëren van betrokkenheid van de medewerkers door hen zelf aan bod te laten komen en hen te stimuleren hun ervaringen te delen- goed wordt overlegd met de lesgever vooraf aan het vormingsmoment zodat wordt ingespeeld op de noden van de groep- nieuwe kennis voortdurend herhaald wordt. De persoon die verantwoordelijk is voor de dienstencheques heeft niet de administratieve opleidingsachtergrond die ze nu nodig heeft voor haar huidige job. De persoon heeft zich de voorbije jaren zelf ingewerkt in de materie. Persoon is een 45-plusser en was na een aantal jaren in de werkloosheid opnieuw aan de slag gegaan. Belangrijke leerervaringen voor deze personen waren- leren vooral door te doen- durven vragen te stellen- actief op zoek te gaan naar kennis- de vrijheid te krijgen initiatief te nemen en zaken uit te zoeken- leren door betrokken te worden in verschillende overlegmomenten en vergaderingen.

Werknemers worden voordurend geappeleerd om zelf verantwoordelijkheid te nemen, zelf oplossingen te zoeken voor de problemen die zich stellen op de werkvloer, om zelf initiatief te nemen (naar godsvrucht en vermogen) waarbij de coördinatoren vooral het kader scheppen waarbinnen de werknemers kunnen functioneren (materiaal, financiën, infrastructuur, enz.). Werknemers worden beschouwd als “ondernemers”. Vorming is vooral informeel en indien noodzakelijk en op vraag formeel waarbij een strenge selectie gemaakt worden van externe vormingsinstellingen. Die moet immers kunnen aansluiten bij de doelgroep en hun programma kunnen aanpassen aan het tempo en draagvlak van de groep. Er wordt ook geprobeerd om zoveel mogelijk “over het muurtje” te kijken door bezoeken en contacten met andere organisaties en bedrijven waarbij ervaringsuitwisseling centraal staat (hoe lossen zij de problemen op???)

4. Resultaten

Ondanks de lage werkloosheidsgraad in de regio slaagt vzw Bik erin om niet alleen zijn werknemers te behouden maar steeds opnieuw werkzoekenden te vinden om bij de organisatie te komen werken.





Vlaamse overheidexpertisecentrum voor Leeftijd & WerkWerk.be